Suiker versus vetverbranders

Het wordt steeds duidelijker dat we beschikken over genen die ons lichaam kunnen laten switchen van suiker- naar vetverbranding. Wanneer er voldoende voedsel beschikbaar is, staat ons lichaam vooral in de suikerverbrandingsstand. Is er sprake van een voedselschaarste, dan gaat het lichaam over op het verbranden van vet.

Het is dus mogelijk om te schakelen tussen twee systemen, afhankelijk van het voedsel dat beschikbaar is. Maar doordat we te vaak en te veel suikers binnenkrijgen, zijn er maar weinig mensen die regelmatig actief switchen naar de vetverbrandingsstand. Bij de meeste van ons blijft het lichaam structureel in de suikerverbrandingsstand staan.

Gevolgen van de suikerverbrandingsstand:

  • Ons lichaam weet niet meer hoe het vet moet verbranden;
  • Een overmatige behoefte aan zoetigheid;
  • Vaak een hongergevoel hebben;
  • Overgewicht en andere westerse kwalen;
  • Minder vermogen een duursport te beoefenen.

We hebben van nature dus twee verbrandingssystemen meegekregen: een vetverbrandingssysteem voor de basis stofwisseling in rust en tijdens periodes van langdurige energiebehoefte (zoals tijdens duursporten) en een suikerverbrandingssysteem voor kortdurende explosieve inspanningen. Bij de meeste van ons draai de hele energiehuishouding vooraal op suikers. We benutten dus eigenlijk maar één verbrandingssysteem. Er zijn maar weinig mensen die ook optimaal gebruik maken van het beschikbare vetverbrandingssyteem.

Deze mensen zijn geboren met genen die vooral gericht zijn op de verbranding van vet. Ze hebben het ‘talent’ (zou kunnen zeggen ‘geluk’) om snel te kunnen switchen naar de vetverbrandingsstand. Eigenlijk gaat het bij hen vanzelf. Ook bij geoefende duursporters, zoals marathonlopers en triatleten, is dit het geval.

Maar gelukkig hoef je niet tot een select groepje mensen met speciale genen te behoren of een fanatieke duursporter te zijn om meer vet te verbranden. Uiteindelijk zijn we daar allemaal toe in staat.

In de basis zijn we allemaal vetverbranders. Iedereen is in staat om vet te verbranden. Wat onze verre voorouders anders deden? Zij aten geen zetmeelbommen als brood, aardappelen, pasta en rijst, maar leefden voornamelijk op fruit en groente. Ze kregen weinig suikers binnen. Wel aten ze relatief veel vetten en eiwitten uit vlees, vis, gevogelte, noten en zaden.

Natuurlijk had de oermens ook een suikerverbrandingssysteem. Ons brein, de rode bloedcellen en de explosieve spieren verbuiken namelijk vooral suikers als brandstof. Suikerverbranding is onmisbaar, maar dit betekent niet dat je veel suikers nodig hebt. Ook eiwitten kunnen – als je lichaam daarin traint – voor een deel in suiker worden omgezet.

We kunnen dus uitstekend functioneren op andere brandstoffen dan suikers. Bovendien hebben we niet zo veel mogelijkheden om suikers op te slaan. In de suikerverbrandingssstand wordt de suikervoorraad binnen een paar uur na de laatste maaltijd zo laag, dat je een dipje in de bloedglucosespiegel krijgt. Het gevolg: een plotselinge behoefte aan zoetigheid en eten. In de vetverbrandingsstand wordt de suikervoorraad minder snel en vooral ook gelijkmatiger gebruikt.

Iedereen is in staat vet te verbranden.

Wil jij jouw lichaam laten switchen en ontdekken wat de voordelen van de vetverbrandingsstand zijn? Meld je dan aan voor de volgende sportvastengroep op donderdag 02 juli. Aanmelden kan via de onderstaande link.